Samenwerken

In de culturele sector heeft het economische en politieke klimaat van de afgelopen jaren gezorgd voor toenemende concurrentie met andere vrijetijdsaanbieders, toenemende bezuinigingen, lagere consumentenbesteding ten gevolge van de crisis – zichtbaar in de kaartverkoop – en dalende inkomsten uit sponsoring.

Om hun bestaansrecht te kunnen blijven garanderen, dienen (gesubsidieerde) culturele organisaties, zich het denken vanuit cultureel ondernemerschap eigen te maken (voor zover ze dat nog niet gedaan hebben). Dat betekent (opnieuw) de missie, visie en doelstellingen tegen het licht houden, die strategisch [link naar lemma strategisch denken en handelen] overzien en afstemmen op de huidige werkelijkheid.

Eigen beleid afstemmen op de huidige werkelijkheid kan ook betekenen: op zoek naar samenwerking met andere (culturele) organisaties. Samenwerken vergroot de slagkracht, en daarmee de overlevingskansen.

Onder druk van teruglopende overheidssubsidies en afnemende bezoekersaantallen wordt bijvoorbeeld in de museumsector gezocht naar meer afstemming over collectiebeleid, bruiklenen en tentoonstellingen. Ook op organisatieniveau is samenwerken mogelijk en soms ook noodzakelijk, bijvoorbeeld in de vorm van collectieve inkoop, gedeeld werkgeverschap of zelfs een volledige fusie (Museumvereniging, 2013).

Voorbeeld
In het trendrapport “Grensverleggende avonturen”, over trends in de creatieve industrie (2012), wordt gesproken over vier vormen voor het organiseren van samenwerken:samenwerken grondvormen
Afbeelding 1: Grondvormen voor het organiseren van samenwerking. Bron: GOC (2012:58)

Afhankelijk van wat je doel is en wat je wilt bereiken (denkend vanuit je missie, visie, strategie) kies je een van deze vormen van samenwerking. Samenwerken moet altijd passen bij de eigen identiteit en strategie. Dat betekent dat samenwerken altijd een middel is om iets te bereiken, en geen doel op zich.

Literatuur
Museumvereniging. (2013) . Musea gaan nauw samenwerken. Geraadpleegd op 17 oktober 2013 van http://www.museumvereniging.nl/Nieuwsoverzicht/Nieuwsdetailpagina/tabid/351/NewsListId/9/NewsItemId/595/Default.aspx
Meer lezen?
GOC (2012) Grensverleggende avonturen. Trends in de creatieve industrie, 2012. Veenendaal: GOC / A&O Fonds Grafimediabranche. Te downloaden via: http://www.goc.nl/GOC/media/GOCImages/publicaties%20en%20onderzoeken/pdf/1203-def-TRENDS-2012.pdf

Connectors

Het Engelse word ‘connector’ kan worden uitgelegd als een persoon die heel veel mensen kent of netwerkers. Deze persoon kent niet alleen veel mensen, hij kent veel mensen uit verschillende werelden en verbindt graag mensen met elkaar. Een connector maakt het mogelijk om verbindingen te maken met de stakeholders van een podium. Het is het type mensen dat ook graag mensen met elkaar in contact brengen, het type mensen waarvoor anderen graag iets doen, het type mensen dat niet alleen veel mensen kennen, maar ook heel makkelijk en snel schakelen. Zij kunnen de bruggen bouwen voor een podium.

Het begrip komt uit het boek The Tipping Point van Malcolm Gladwell (2002). Gladwell beschrijft hierin hoe hypes zich verspreiden. Uiteenlopende trendsetters – of het nu gaat om afgezakte broeken of de daling van misdaad in New York – blijken zich op dezelfde manier te verspreiden. Een cruciale rol bij hypes of epidemieën spelen volgens Gladwell mensen met een bijzondere sociale gave, namelijk de connectors (netwerkers), maven en salesmen (verkopers). Maven is iemand die alles weet van een bepaald iets. Salesmen zijn unieke mensen die iedereen alles kunnen verkopen. Hij noemt dit The Law of the Few. Dit komt van de regel die beschrijft dat 80% van de uitkomsten veroorzaakt worden door 20% van de oorzaken. Met het 80/20-principe kan meer bereikt worden met minder moeite omdat tachtig procent van de resultaten kan worden behaald met twintig procent van de inspanningen. In het geval van het verspreiden van een hype of trend, kan het 80/20 principe worden toegepast met het idee dat 80% van het werk wordt gedaan door 20% van de deelnemers. Die 20% zijn ‘the Few’.

Connectors onderscheiden zich omdat ze extreem veel mensen kennen die ze actief onderhouden. In een test van Gladwell geven proefpersonen aan hoeveel mensen ze met een aantal willekeurige achternamen kennen. De meeste mensen kennen er twintig tot veertig, afhankelijk van hun leeftijd. Sommige kennen er vijftig. Maar een heel klein groepje kent er honderdvijftig of meer. Niet alleen kennen connectors veel mensen, ze bewegen zich in verschillende sociale, culturele, professionele en economische kringen. Ze zijn als het ware de sociale evenknie van een hub in een computernetwerk. Net als in computernetwerken, zijn sommige knooppunten belangrijker dan andere, eenvoudigweg omdat ze meer relaties hebben met andere knooppunten.

Connectors stellen mensen (uit verschillende kringen) graag aan elkaar voor , waardoor het steeds makkelijker wordt met andere mensen in contact te komen. Dit wordt ook wel het ‘small world phenonemon’ genoemd. Volgens het ‘small world phenomenon’ zijn alle mensen op de wereld zes stappen van elkaar verwijderd. Een connector heeft wellicht minder stappen nodig, omdat hij een social hub is met meer relaties dan andere mensen.

Op sociale media zoals Twitter, Facebook en Pinterest, is het zichtbaar hoeveel connecties iemand heeft. Op Twitter en Pinterest heeft een gebruiker volgers, op Facebook is men bevriend of fan van een fanpage.

Voorbeeld
Voor theaters en podia kan het de moeite waard zijn connectors te zoeken in het eigen (online) netwerk. Als fans, vrienden of volgers van de organisatie zelf ook veel fans, vrienden of volgers hebben, dan kunnen deze mensen worden ingezet voor mond-tot-mondreclame via sociale media. Om dit uit te vinden is het noodzakelijk de vrienden en fans geregeld te checken op mensen met veel connecties en deze personen in kaart te brengen.

Het vertrouwen in ‘peers’ neemt steeds verder toe, hetgeen inhoudt dat we veel meer waarde hechten aan de mening van ons netwerk dan aan die van organisaties of merken. Steeds meer mensen vertrouwen organisaties niet meer als die actief zijn op sociale media (social-media.nl, 2013); ruim 60% van de jongeren in Nederland is zich bewust van reclame op social media. Waar veel bedrijven en organisaties sociale media zien als reclamekanaal (éénrichtingsverkeer), zien de jongeren het meer als communicatiekanaal (tweerichtingsverkeer). De nadruk ligt voor veel gebruikers op conversatie. Alleen posten van de agenda, foto’s of video van optredens is niet voldoende; interactie is belangrijk.

Als een organisatie connectors vindt die het optreden of de show willen aanbevelen, dan kunnen via deze connectors andere groepen benaderd worden en wordt het bereik vergoot. Dit lijkt veel op een ambassadeur. Van belang is dat hierbij goed wordt gekeken naar de tevredenheid van deze connectors over het product of service van de organisatie. Een tevreden klant zal een product en service eerder aanbevelen dan een volger met klachten.

Ook het netwerk van een artiest of een gezelschap dat actief is op sociale media, kan onderzocht worden op connectors. Niet alleen kunnen artiest of gezelschap gemotiveerd worden te posten op sociale media, maar men kan ook kijken welke volger van de betreffende artiest de meeste online connecties heeft en deze persoon/personen stimuleren om te posten over een opkomend evenement (bijvoorbeeld door deze persoon uit te nodigen bij de generale repetitie, diner met de artiest of de sound check met de opdracht filmpjes, foto’s en of status updates te posten om potentiële bezoekers te enthousiasmeren).

De zender is daarbij afhankelijk of de volger actief berichten uit- of doorstuurt. Onderzoek heeft aangetoond dat het feit dat iemand veel volgers heeft op Twitter, nog niet wil zeggen dat deze persoon de juiste persoon is de boodschap van een theater of podium te verspreiden (Romero et al, 2011). Het is ook belangrijk te kijken of de gebruiker een passieve of actieve volger is en hoeveel hij zelf post en retweet (een bericht van een andere gebruiker doorsturen) en of deze persoon een zekere mate van invloed heeft.

Er zijn vele handige handboekenen websites waar tips over het gebruik van sociale media, het stimuleren van mond-tot-mondreclame en fouten van bedrijven op sociale media te vinden zijn. Enkele handboeken zijn opgenomen in de literatuurverwijzingen op deze website onder ‘meer lezen’.

Literatuur
Gladwell, M. (2002) The Tipping Point: How little things can make a big difference USA: Little, Brown and Company
Meerman S. (2012). De nieuwe regels van social media. Over klantcontact, blogs, sociale netwerken en viral marketing.
Phillips, D. (2010). Online public relations : a practical guide to developing an online strategy in the world of social media. London, UK
Romero, D.M., Galuba, W., Asur, S., Huberman, B. (2011) Influence and passivity in social media in Computer Science (6913), pp 18-33:
Singh, S. (2011). SocialMedia marketing voor dummies
Socialmedia.nl. (2013) Wat is social media? Geraadpleegd op 14 november 2013 op http://www.social-media.nl/
Vliet, G. van (2011). De netwerkbijbel : alle antwoorden over social media, communities en ouderwets netwerken : hoe ga je er goed mee om, hoe bouw je ze uit, wat heb je persoonlijk nodig. Arnhem
Wollan, R., Zhou, C. and Smith, N (2011). The social media management handbook. Everything you need to know to get social media working in your business
Meer lezen?
Boogert, E. (2010). Scoren met social media. Amsterdam
Brito, M. and Lewis, A. (2011). Smart business, social business. A playbook for social media in your organization
Evans, D; Thomases, H. and Treadaway, C. (2010). Marketing with social media.
Evans, L. (2010). Social media marketing : strategies for engaging in Facebook, Twitter & other social media. Indianapolis, IN
Gitomer, J. (2011), Het social media boekje.
Gunter, B. (2000). Media research methods : measuring audiences, reactions and impact. London, UK
Hasselt, J. van (2011). Social media en projectcommunicatie. Alphen ad Rijn
Hinchcliffe, D. and Kim, P. (2012). Social business by design
Huijskens, C. (2010). Code sociale media. Richtlijnen voor zakelijk gebruik
Kerkhofs, S. (2010). Social marketing strategie : van experiment naar succes. Tilburg
Kerpen, D. (2011). Likeable social media. How to delight your customers, create an irresistible brand, and be generally amazing on Facebook (and other social networks)
Kirkpatrick, D. (2011). Het facebook effect. Amsterdam
Koeleman, H. (2011). Social media voor interne communicatie
Koeleman, H. (2012). Social media voor interne communicatie : twitteren op je werk. Deventer
Meerman S. (2012). De nieuwe regels van social media. Over klantcontact, blogs, sociale netwerken en viral marketing.
Palfrey, J. (2008). Born digital : understanding the first generation of digital natives. New York
Phillips, D. (2010). Online public relations : a practical guide to developing an online strategy in the world of social media. London, UK
Poynter, R. (2010). The handbook of online and social media research : tools and techniques for market researchers. Chichester, UK
Proulx, M. and Shepatin, S. (2012). Social tv. How marketers can reach and engage audiences by connecting television to the web, social media and mobile
Qualman, E. (2011). Socialnomics : how social media transforms the way we live and do business. Hoboken, NJ
Reece, M. (2010). Real-time marketing for business growth : how to use social media, measure marketing, and create a culture of execution. Upper Saddle River, NJ
Shih, C. (2011). The facebook era : tapping online social networks to market, sell, and innovate. Upper Saddle River, NJ
Singh, S. (20110> SocialMedia marketing voor dummies
Sterne, J. (2010). Social media metrics : how to measure and optimize your marketing investment. Hoboken, NJ
Vliet, G. van (2011). De netwerkbijbel : alle antwoorden over social media, communities en ouderwets netwerken : hoe ga je er goed mee om, hoe bouw je ze uit, wat heb je persoonlijk nodig. Arnhem
Wollan, R., Zhou, C. and Smith, N (2011). The social media management handbook. Everything you need to know to get social media working in your business

Sociale media

Sociale media zijn online omgevingen die hoofdzakelijk ontwikkeld zijn voor creatie en uitwisseling van – zowel door individuele gebruikers als door organisaties – vervaardigde informatie, kennis en meningen mogelijk maken, en georganiseerde vormen van gezamenlijk acteren faciliteren.

Definitie sociale media:

Blogs en microblogs (bijvoorbeeld Twitter, WordPress, Technocrati),
Content communities (bijvoorbeeld YouTube, Flickr, Instagram),
Social networking sites (bijvoorbeeld, Facebook, Hyves),
Virtual game werelden (bijvoorbeeld World of Warcraft),
Virtual social werelden (bijvoorbeeld. Second Life, Habbohotel).
Peer-to-peer websites voor uitwisselen van (grote) bestanden (zoals pirate bay, torrent sites)
(naar Kaplan & Haenlein (2010))
In dit rapport wordt voornamelijk gekeken naar social networking site Facebook, content community YouTube en microblog Twitter.

In hun boek Unpacking the social media phenomenon presenteren Kietzmann et al (2012) een model voor sociale media met 7 functionele bouwstenen. Het zogenaamde honeycombe model kan in combinatie met sociale en sociaal-technologische theorieën een macro-lens vormen voor onderzoek naar de dynamiek van sociale media. Dit model kan gebruikt worden als sociale media onderzocht gaat worden en voor strategische beslissingen op het gebied van sociale media.

Het ontwikkelen en uitvoeren van een goed communicatiebeleid met social media als onderdeel van de marketingmix heeft naast een goede definiëring van het publiek meer ondersteuning vanuit de organisatie nodig. Er moet iemand binnen de organisatie zijn die voldoende tijd kan vrijmaken voor het opstellen van het marketingbeleid en uitvoeren van het communicatieplan. Iemand met voldoende kennis van marketing en communicatie in het algemeen en social media in het bijzonder. Het aannemen of opleiden van een medewerker neemt kosten met zich mee die niet onderschat moeten worden. Op dit moment wordt er nog (te) vaak gebruik gemaakt van enthousiaste social media gebruikers onder het bestaande personeel die tussen de bedrijven dor Tweeten of berichten op de Facebook-pagina plaatsen en/of (tijdelijke) stagiaires die zonder inzicht in de marketingstrategie en communicatieplannen op de taak worden gezet. Niet alleen is professionalisering nodig om social media als goed instrument in te zetten voor het uitvoeren van het communicatiebeleid, maar ook technische ondersteuning is noodzakelijk. Door het goed inrichten van de … kan effectiviteit gemeten worden. Het evalueren van de effectiviteit en … Eventuele kosten voor de professionalisering en het goed uitvoeren van het marketingbeleid d.m.v. het communicatieplan met duidelijke doelen per doelgroep, mogen niet onderschat worden.

Social Media zijn niet gratis. Mensen vergissen zich nog wel eens over de werkelijke kosten van Social Media. Natuurlijk, het merendeel van de tools is wel gratis om te gebruiken, maar er gaat toch nog een hoop geld in zitten. Het inzetten van sociale media lijkt goedkoop, maar de er zijn kosten die niet onderschat moeten worden. Om marketingdoelstellingen te behalen en communicatieplannen uit te voeren, is het van belang de juiste mensen aan te nemen. Ondanks dat de instrumenten gratis zijn, zijn de personeelskosten hoog. Ook moet men niet vergeten dat het goed is de effectiviteit van de inzet gemeten wordt.

Uren van je medewerkers – er zal tijd in gestopt moeten worden.
Advertentiekosten. Het aanmaken van een Twitteraccount of Facebookpagina alleen is niet voldoende. Je zult campagne moeten voeren voor je campagne.
Externe fees. Ga je alles zelf doen of zet je er externe partijen op?
Overigen – Denk eens aan de kosten voor het monitoren van je Social Media activiteiten. Daar zijn partijen die veel geld hiervoor rekenen
marketingcommunicatie alphenaar
Figuur 1. Alphenaar (2011)

Andrea Hausmann (2012) onderzoekt hoe de culturele sector in Duitsland gebruik maakt van web 2.0 (o.a. YouTube, Facebook, Twitter). In dit paper analyseert Hausmann de mogelijkheden en beperkingen van sociale media voor kunstinstellingen. Viral marketing kan worden ingezet om mond-op-mond reclame te stimuleren, maar er moet wel aan bepaalde voorwaarden worden voldaan om een zogenaamde ‘buzz’ te kunnen creëren aantrekkeljike inhoud en regelmatige updates). In het artikel ‘Creating ‘buzz’: opportunities and limitations of social media for arts institutions and their viral marketing’ staan tips voor gebruik van sociale media om een buzz te creëren en stimuleren van mond-op-mondreclame.

Hausmann en Poellmann (2012) hebben ook alle 144 theaters in Duitsland benaderd met de vraag of ze actief waren op YouTube, Facebook en Twitter. Ondanks dat, met name Facebook, volop gebruikt wordt door de Duitse theaters (90%), is de vraag of de media wel effectief worden ingezet. Sociale media kan worden ingezet voor marketing op promotie en communicatie, stimuleren van mond-op-mondreclame, marktonderzoek, innovatiemanagement en reputatiemanagement.

sociale media Facebookgebruik
Figuur 2, Facebookgebruik in Nederland op leeftijd (Social Media Marketing, n.d.)

Ondanks dat Facebook het grootste sociale medium is, en voorlopig waarschijnlijk zal blijven met het grootst aantal gebruikers, loopt het aantal gebruikers zowel in Nederland als wereldwijd af. Het studiebureau Pew laat zien dat Amerikaanse gebruikers hun interesse in Facebook blijken te verliezen. 27% van de respondenten voorspelt dat hij of zij in 2013 minder tijd zal doorbrengen op de populaire sociale netwerksite. Vooral jongeren hebben het gehad met Facebook. Ze hebben het te druk of vinden Facebook tijdverlies (QueroMedia, 2013). De vraag is of de markt gesatureerd is en volgens vele jongeren is Facebook al tijden niet meer ‘cool’ of spannend. Eén van de redenen voor de hiervoor zijn volgens Toorn (2013) onder andere feit dat ouders van jongeren nu ook Facebook zitten. Ook lijkt er een vermoeidheid op te treden van alles wat maar gedeeld wordt. Er is een neergang te zien naar gesloten netwerken zoals Whats App. Meer levendige discussies zijn nu op Twitter te zien en foto’s worden steeds meer gedeeld op Tmblr (vooral buiten Nederland, maar ook hier groeit dit netwerk) en Instagram.

In Nederland is het aantal gebruikers gedaald van 7,6 naar 7,5 miljoen gebruikers volgens Social Bakers. Het grote voordeel van gesloten Whats App groepen is dat je niet gecheckt kan worden (door bijvoorbeeld ouders) en ook de historie niet eindeloos openbaar blijft staan. Wat ook in opkomst lijkt te zijn onder jongeren is Tumblr. In Nederland niet groot, maar elders in de wereld heel groot. Het zit tussen Twitter en een volwaardig blog in. Zie het als je uitgebreide persoonlijk prikbord. Ook Instagram is meer in trek. Het is op dit moment niet duideljik wat jongeren op Google+ doen; intussen wel wereldwijd het 2e sociale network (Toorn, 2013).

In Nederland heeft InSites Consulting onderzoek gedaan naar de geloofwaardigheid van merkenpagina’s op Facebook voor jongeren. Het blijkt dat amper 2% deze pagina’s als een geloofwaardige bron van informatie over het product beschouwt. Voor de overgrote meerderheid zijn deze pagina’s dus niet meer dan reclame. Dit toont aan dat de generatie Y zich erg bewust is van de marketingstrategie van een bedrijf. Maar wanneer merken hun sociale media écht sociaal gebruiken door feedback en conversaties van gewone consumenten op hun pagina’s toe te laten in plaats van ze zelf te vullen, dan zijn dit wel degelijk nuttige marketing tools. Het komt er dus op aan om samen met de gebruikers boeiende content te creëren die jongeren de moeite vinden om te delen, en niet om pagina’s commercieel in te vullen en te hopen dat jongeren alles ‘cool’ vinden en liken (QueroMedia, 2013).

Ook Pinterest wordt in onderzoeken genoemd als snelst groeiend social medium. Pinterest is een digitaal foto-prikbord waar mensen beelden kunnen plaatsen (‘to pin’) om met andere gebruikers te delen. Het succes zou volgens bronnen te wijten zijn aan het feit dat er minder aandacht is voor het ego (kijk naar mij) en meer voor het beeld (kijk hier naar) (Bosker, 2012) (Moerdyck, 2012).

sociale media smm5
Figuur 3, inleiding social media monitor 5 (Kloos en Jongeneel, 2012)

De Social Media Monitor is een initiatief van onderzoekbedrijf Social Embassy. Social Embassy verbindt merken en consumenten via social media. Social Embassy is gespecialiseerd in social media strategie & onderzoek, implementatie & training en community management & activatie. De Social Media Monitor is een jaarlijks onderzoek van Social Embassy naar de inzet van social media door top 100 adverteerders, op basis van bruto media bestedingen in Nederland (Bron: Nielsen Research). ING, Vodafone, KLM, Rabobank en Wereld Natuur Fonds stonden in 2012 bovenaan de ranglijst van de Social Embassy. Wellicht dat de poppodia inspiratie op kunnen doen om de hoogstgeplaatste merken op de ranglijst te bestuderen.

SMM6
Figuur 4, Social Media Monitor (2013)

Een andere monitor wat meer specifiek is ontwikkeld voor de media- en entertainment markt is Rankingz. Rankingz is een Nederlands bedrijf dat reputatie-matrixen maken in verschillende categorieën. Hierboven is de reputatie-matrix afgebeeld van 3 april 2013 met (voornameljik) Nederlandse poppodia. De reputatie-matrix bestaat uit een aantal aspecten zoals de prestaties van een website, de positie in de zoekmachines, hoe wordt er over het poppodium geschreven op blogs en fora, hoe wordt er over jullie poppodium ‘gepraat’ op Social Media en wordt er content van diegene verstuurd of gedeeld. De positie in een lijst is niet zozeer om een absoluut cijfer te bepalen, maar om de online reputatie van een merk te presenteren ten opzichte van ‘peers’ oftewel gelijken.

Daartoe wordt per merk een aantal ‘performance indicatoren’ gemeten zoals:

Invloed van een merk, uitgedrukt in o.a. de Klout score
Ontwikkeling van de fan-base van een merk
Ontwikkeling van de ‘buzz’ rondom een merk, danwel de ‘share of voice’ van een merk binnen de groep van ‘peers’.
De gemeten absolute getallen slechts worden gebruikt om de relatieve positie ten opzichte van ‘peers’ te bepalen. Weegfactoren bepalen de bijdrage van de ‘performance indicatoren’ aan de uiteindelijke positie van een merk in de lijst. Elk poppodium kan zichzelf gratis aanmelden bij Rankingz.com (Doeland, 2013).

artikel VTS Rankingz
Figuur 5, reputatiematrix poppodia april 2013 (Doeland, 2013)
* Avg. Buzz is het gemiddeld aantal keer dat het poppodium genoemd online wordt per dag, gemeten in de afgelopen week.

Voorbeeld
Vragenlijstonderzoek onder Nederlanders laat zien dat er significante (zij het zwakke) verbanden bestaan tussen genrevoorkeur (smaak) en de vorm die hun informatiebehoefte neemt. In dit onderzoek is vooral gekeken naar het (mogelijke) belang van sociale media voor informatieverstrekking door poppodia. Het wordt duidelijk dat sociale media het best kunnen worden ingezet in relatie tot genrevoorkeuren, al is ook duidelijk dat Facebook en de podiumwebsite de meest genoemde plekken zijn waar informatie over optredens zal worden gezocht. Onder oudere bezoekers is de kans zeer klein dat Facebook een geschikte marketingtool vormt. Jongeren lijken zich daarbij bij voorkeur te verbinden met een klein aantal podia (1-5).

Om bestaande publieken te behouden en om nieuwe, potentiele publieken te binden is het voor poppodia van groot belang om juist in de communicatie naar bezoekers slimme en duidelijke keuzes te maken. Specifiek richtten wij ons in deze bijdrage op de vraag of er een samenhang is in de voorkeuren van bezoekers van poppodia met betrekking tot de frequentie van hun podiumbezoek, hun mediagebruik, activiteit op sociale media en informatiebehoefte in relatie tot hun genrevoorkeur. Waarmee moeten podiumdirecteuren rekening houden als ze sociale media willen inzetten als onderdeel van het strategisch marketingcommunicatiebeleid van hun poppodium.

Tabel 6. Segmentatie naar smaakgroep

Concertbezoek Mediagebruik ‘label’
ROCK Erg vaak Gebruiken alle (online) media Actieve vogels
DANCE Vaak Facebook Clickende clubbers
BASS Vaak Posters/Flyers en Facebook Mixed movers
URBAN Redelijk vaak Posters/Flyers Visuelen
MIDDLE OF THE ROAD Niet vaak Twitter Twittermeisjes
ELITE Niet vaak Kranten en Flyers en Hyves Traditionelen
‘Actieve vogels’ zijn rockers die vaak naar concerten gaan en actief zoeken naar informatie op alle online media. ‘Clickende Clubbers’ vinden hun informatie over clubavonden op Facebook terwijl ‘Mixed Movers’ net als ‘Clickende Clubbers’ vaak uitgaan, maar hun informatie naast Facebook ook krijgen via posters en flyers. De ‘Visuelen’ gaan redelijk vaak uit en hebben een duidelijke voorkeur voor posters en flyers. Het zijn voornamelijk vrouwen die van Middle of the Road-muziek houden. De meerderheid van deze groep is actief op Twitter en gaat niet vaak uit. Zij hebben het label ‘Twittermeisjes’ gekregen. De laatste groep gaat niet vaak naar concerten en is tevens de oudste groep die aangeeft hun informatie uit traditionele media te halen, vandaar het label ‘Traditionelen’ .

Dit was een kleinschalig verkennend onderzoek onder een selecte, niet-representatieve steekproef. Een uitgebreid schema als dat van de Arts Council of van Forrester kan op grond van dit materiaal niet worden gemaakt. Zij zijn gebaseerd op grootschalige landelijke onderzoeken waarbij een representatieve steekproef van de gehele bevolking was getrokken. We kunnen wel een eerste poging wagen, waarbij opnieuw moet worden opgemerkt dat de gevonden verbanden niet erg sterk waren.

Wij adviseren directies van poppodia te focussen op hun websites en op ook hun Facebook de agenda te plaatsen. Facebook is vooral voor jongeren een belangrijk medium voor informatie. De meest gewaardeerde updatefrequentie lag tussen wekelijks en maandelijks. Het ligt ook voor de hand om extra informatie beschikbaar te maken; frequente bezoekers lijken ook actieve informatiezoekers. Tevens kunnen specifieke media voor specifieke groepen goed werken. Zo hebben veel Metal-fans een YouTube account. Twitter lijkt relatief van weinig belang, behalve voor specifieke genres zoals Middle of the Road (vooral pop) en ook veel punkfans hebben een Twitter-account. De Urban en Bass smaakgroep neigt meer naar gebruik van visuele media, zoals posters, flyers, maar ook video’s en foto’s online. Tenslotte moeten de ‘traditionele’ middelen niet worden uitgevlakt. Niet alleen worden posters en flyers gewaardeerd door Urban liefhebbers, maar ook door diegenen die houden van Wereldmuziek, Roots en Bass. Oudere smaak-genregroepen zoals Elite/Wereld en Elite/Roots neigen meer naar traditionele media zoals radio, kranten en tijdschriften.

Ander onderzoek toont dat niet alle bezoekers van podia zitten te wachten op sociale media als promotiemiddel. (link naar artikel hermes/Biorghuis in VTS december 2013). Voor praktische tips over sociale media strategie, kijk onder werkbladen.

Meer lezen?
Alphenaar, J. W. (2011, August 2). De werkelijke kosten en ROI van Social Media. #infographic | Power PR | Content Marketing, Online Marketing, Online PR, Online Communicatie, Branding en een beetje Public Relations. PowerPR.nl – de dagelijkse nieuwsbron voor pr-professionals in Nederland. Nieuwtjes over public relations, pr 2.0, online communicatie en social media. Voor pr-professionals, door pr-professionals. Retrieved April 11, 2013, from http://www.powerpr.nl/2011/08/de-werkelijke-kosten-en-roi-van-social-media-infographic/
Boogert, E. (2010). Scoren met social media. Amsterdam
Bosker, B. (2012, February 14). The Secret To Pinterest’s Success: We’re Sick Of Each Other. Breaking News and Opinion on The Huffington Post. Retrieved April 11, 2013, from http://www.huffingtonpost.com/2012/02/14/pinterest-success_n_1274797.html
Brito, M. and Lewis, A. (2011). Smart business, social business. A playbook for social media in your organization
Doeland, D. (2014). Analyze your online reputation. Rankingz. Geraadpleegd op 23 september 2013, van http://www.rankingz.com/nl/poppodia/
Evans, D; Thomases, H. and Treadaway, C. (2010). Marketing with social media.
Evans, L. (2010). Social media marketing : strategies for engaging in Facebook, Twitter & other social media. Indianapolis, IN
Gitomer, J. (2011), Het social media boekje.
Gunter, B. (2000). Media research methods : measuring audiences, reactions and impact. London, UK
Hasselt, J. van (2011). Social media en projectcommunicatie. Alphen ad Rijn
Hausmann, A. (2012). Creating ‘buzz’: opportunities and limitations
of social media for arts institutions and their viral marketing in International Journal of Nonprofit and Voluntary Sector Marketing 17, pp. 173-182 Online beschikbaar op: Wileyonlinelibrary.com
Hausmann, A. & Poellmann, L. (2012). Broadcast your services! Impact of Social Media on the Marketing of Performing Arts Organizations. Association for Cultural Economics International. Online beschikbaar op http://www.jace.gr.jp/ACEI2012/usb_program/pdf/1.5.2.pdf
Hinchcliffe, D. and Kim, P. (2012). Social business by design
Huijskens, C. (2010). Code sociale media. Richtlijnen voor zakelijk gebruik
Kaplan Andreas M., Haenlein Michael, (2010), Users of the world, unite! The challenges and opportunities of social media, Business Horizons, Vol. 53, Issue 1 (page 61)
Kerkhofs, S. (2010). Social marketing strategie : van experiment naar succes. Tilburg
Kerpen, D. (2011). Likeable social media. How to delight your customers, create an irresistible brand, and be generally amazing on Facebook (and other social networks)
Kietzmann, J. H., Silvestre, B.S., McCarthy, J. P., Pitt, L.F. (2012) Unpacking the social media phenomenon: towards a research agenda. In Journal of Public Affairs, volume 12.2, pp.109-119
Kirkpatrick, D. (2011). Het facebook effect. Amsterdam
Koeleman, H. (2011). Social media voor interne communicatie
Koeleman, H. (2012). Social media voor interne communicatie : twitteren op je werk. Deventer
Meerman S. (2012). De nieuwe regels van social media. Over klantcontact, blogs, sociale netwerken en viral marketing.
Moerdyck, A. (2012, September 25). 8 in 10 UK citizens active on social media – InSites Consulting (press release). InSites Consulting Social Media Releases. Retrieved April 11, 2013, from http://insitesconsulting.pressdoc.com/33599-8-in-10-uk-citizens-active-on-social-media
Palfrey, J. (2008). Born digital : understanding the first generation of digital natives. New York
Phillips, D. (2010). Online public relations : a practical guide to developing an online strategy in the world of social media. London, UK
Poynter, R. (2010). The handbook of online and social media research : tools and techniques for market researchers. Chichester, UK
Proulx, M. and Shepatin, S. (2012). Social tv. How marketers can reach and engage audiences by connecting television to the web, social media and mobile
Qualman, E. (2011). Socialnomics : how social media transforms the way we live and do business. Hoboken, NJ
QueroMedia. (2013, February 8). Jongeren en Facebook. Heeft de jeugd het gehad met Facebook?. Zoekmachine Marketing, Online Content & Social Marketing Blog. Geraadpleegd op 4 april 2013, van http://www.zoekmachine-marketing-blog.com/24228/jongeren-en-facebook-heeft-de-jeugd-het-gehad-met-facebook.html
Reece, M. (2010). Real-time marketing for business growth : how to use social media, measure marketing, and create a culture of execution. Upper Saddle River, NJ
Shih, C. (2011). The facebook era : tapping online social networks to market, sell, and innovate. Upper Saddle River, NJ
Singh, S. (2011). SocialMedia marketing voor dummies
Social Media Monitor. (2013). SMM#5. Retrieved October 2013, from http://www.socialmediamonitor.nl/
Sterne, J. (2010). Social media metrics : how to measure and optimize your marketing investment. Hoboken, NJ
Toorn, W. v. (2013, March 19). Jongeren stoppen met Facebook – creatov.nl. creatov.nl – over kerk, geloof, internet en nieuwe media. Retrieved April 4, 2013, from http://www.creatov.nl/2013/03/jongeren-stoppen-met-facebook/
Vliet, G. van (2011). De netwerkbijbel : alle antwoorden over social media, communities en ouderwets netwerken : hoe ga je er goed mee om, hoe bouw je ze uit, wat heb je persoonlijk nodig. Arnhem
Wollan, R., Zhou, C. and Smith, N (2011). The social media management handbook. Everything you need to know to get social media working in your business