Connectors

Het Engelse word ‘connector’ kan worden uitgelegd als een persoon die heel veel mensen kent of netwerkers. Deze persoon kent niet alleen veel mensen, hij kent veel mensen uit verschillende werelden en verbindt graag mensen met elkaar. Een connector maakt het mogelijk om verbindingen te maken met de stakeholders van een podium. Het is het type mensen dat ook graag mensen met elkaar in contact brengen, het type mensen waarvoor anderen graag iets doen, het type mensen dat niet alleen veel mensen kennen, maar ook heel makkelijk en snel schakelen. Zij kunnen de bruggen bouwen voor een podium.

Het begrip komt uit het boek The Tipping Point van Malcolm Gladwell (2002). Gladwell beschrijft hierin hoe hypes zich verspreiden. Uiteenlopende trendsetters – of het nu gaat om afgezakte broeken of de daling van misdaad in New York – blijken zich op dezelfde manier te verspreiden. Een cruciale rol bij hypes of epidemieën spelen volgens Gladwell mensen met een bijzondere sociale gave, namelijk de connectors (netwerkers), maven en salesmen (verkopers). Maven is iemand die alles weet van een bepaald iets. Salesmen zijn unieke mensen die iedereen alles kunnen verkopen. Hij noemt dit The Law of the Few. Dit komt van de regel die beschrijft dat 80% van de uitkomsten veroorzaakt worden door 20% van de oorzaken. Met het 80/20-principe kan meer bereikt worden met minder moeite omdat tachtig procent van de resultaten kan worden behaald met twintig procent van de inspanningen. In het geval van het verspreiden van een hype of trend, kan het 80/20 principe worden toegepast met het idee dat 80% van het werk wordt gedaan door 20% van de deelnemers. Die 20% zijn ‘the Few’.

Connectors onderscheiden zich omdat ze extreem veel mensen kennen die ze actief onderhouden. In een test van Gladwell geven proefpersonen aan hoeveel mensen ze met een aantal willekeurige achternamen kennen. De meeste mensen kennen er twintig tot veertig, afhankelijk van hun leeftijd. Sommige kennen er vijftig. Maar een heel klein groepje kent er honderdvijftig of meer. Niet alleen kennen connectors veel mensen, ze bewegen zich in verschillende sociale, culturele, professionele en economische kringen. Ze zijn als het ware de sociale evenknie van een hub in een computernetwerk. Net als in computernetwerken, zijn sommige knooppunten belangrijker dan andere, eenvoudigweg omdat ze meer relaties hebben met andere knooppunten.

Connectors stellen mensen (uit verschillende kringen) graag aan elkaar voor , waardoor het steeds makkelijker wordt met andere mensen in contact te komen. Dit wordt ook wel het ‘small world phenonemon’ genoemd. Volgens het ‘small world phenomenon’ zijn alle mensen op de wereld zes stappen van elkaar verwijderd. Een connector heeft wellicht minder stappen nodig, omdat hij een social hub is met meer relaties dan andere mensen.

Op sociale media zoals Twitter, Facebook en Pinterest, is het zichtbaar hoeveel connecties iemand heeft. Op Twitter en Pinterest heeft een gebruiker volgers, op Facebook is men bevriend of fan van een fanpage.

Voorbeeld
Voor theaters en podia kan het de moeite waard zijn connectors te zoeken in het eigen (online) netwerk. Als fans, vrienden of volgers van de organisatie zelf ook veel fans, vrienden of volgers hebben, dan kunnen deze mensen worden ingezet voor mond-tot-mondreclame via sociale media. Om dit uit te vinden is het noodzakelijk de vrienden en fans geregeld te checken op mensen met veel connecties en deze personen in kaart te brengen.

Het vertrouwen in ‘peers’ neemt steeds verder toe, hetgeen inhoudt dat we veel meer waarde hechten aan de mening van ons netwerk dan aan die van organisaties of merken. Steeds meer mensen vertrouwen organisaties niet meer als die actief zijn op sociale media (social-media.nl, 2013); ruim 60% van de jongeren in Nederland is zich bewust van reclame op social media. Waar veel bedrijven en organisaties sociale media zien als reclamekanaal (éénrichtingsverkeer), zien de jongeren het meer als communicatiekanaal (tweerichtingsverkeer). De nadruk ligt voor veel gebruikers op conversatie. Alleen posten van de agenda, foto’s of video van optredens is niet voldoende; interactie is belangrijk.

Als een organisatie connectors vindt die het optreden of de show willen aanbevelen, dan kunnen via deze connectors andere groepen benaderd worden en wordt het bereik vergoot. Dit lijkt veel op een ambassadeur. Van belang is dat hierbij goed wordt gekeken naar de tevredenheid van deze connectors over het product of service van de organisatie. Een tevreden klant zal een product en service eerder aanbevelen dan een volger met klachten.

Ook het netwerk van een artiest of een gezelschap dat actief is op sociale media, kan onderzocht worden op connectors. Niet alleen kunnen artiest of gezelschap gemotiveerd worden te posten op sociale media, maar men kan ook kijken welke volger van de betreffende artiest de meeste online connecties heeft en deze persoon/personen stimuleren om te posten over een opkomend evenement (bijvoorbeeld door deze persoon uit te nodigen bij de generale repetitie, diner met de artiest of de sound check met de opdracht filmpjes, foto’s en of status updates te posten om potentiële bezoekers te enthousiasmeren).

De zender is daarbij afhankelijk of de volger actief berichten uit- of doorstuurt. Onderzoek heeft aangetoond dat het feit dat iemand veel volgers heeft op Twitter, nog niet wil zeggen dat deze persoon de juiste persoon is de boodschap van een theater of podium te verspreiden (Romero et al, 2011). Het is ook belangrijk te kijken of de gebruiker een passieve of actieve volger is en hoeveel hij zelf post en retweet (een bericht van een andere gebruiker doorsturen) en of deze persoon een zekere mate van invloed heeft.

Er zijn vele handige handboekenen websites waar tips over het gebruik van sociale media, het stimuleren van mond-tot-mondreclame en fouten van bedrijven op sociale media te vinden zijn. Enkele handboeken zijn opgenomen in de literatuurverwijzingen op deze website onder ‘meer lezen’.

Literatuur
Gladwell, M. (2002) The Tipping Point: How little things can make a big difference USA: Little, Brown and Company
Meerman S. (2012). De nieuwe regels van social media. Over klantcontact, blogs, sociale netwerken en viral marketing.
Phillips, D. (2010). Online public relations : a practical guide to developing an online strategy in the world of social media. London, UK
Romero, D.M., Galuba, W., Asur, S., Huberman, B. (2011) Influence and passivity in social media in Computer Science (6913), pp 18-33:
Singh, S. (2011). SocialMedia marketing voor dummies
Socialmedia.nl. (2013) Wat is social media? Geraadpleegd op 14 november 2013 op http://www.social-media.nl/
Vliet, G. van (2011). De netwerkbijbel : alle antwoorden over social media, communities en ouderwets netwerken : hoe ga je er goed mee om, hoe bouw je ze uit, wat heb je persoonlijk nodig. Arnhem
Wollan, R., Zhou, C. and Smith, N (2011). The social media management handbook. Everything you need to know to get social media working in your business
Meer lezen?
Boogert, E. (2010). Scoren met social media. Amsterdam
Brito, M. and Lewis, A. (2011). Smart business, social business. A playbook for social media in your organization
Evans, D; Thomases, H. and Treadaway, C. (2010). Marketing with social media.
Evans, L. (2010). Social media marketing : strategies for engaging in Facebook, Twitter & other social media. Indianapolis, IN
Gitomer, J. (2011), Het social media boekje.
Gunter, B. (2000). Media research methods : measuring audiences, reactions and impact. London, UK
Hasselt, J. van (2011). Social media en projectcommunicatie. Alphen ad Rijn
Hinchcliffe, D. and Kim, P. (2012). Social business by design
Huijskens, C. (2010). Code sociale media. Richtlijnen voor zakelijk gebruik
Kerkhofs, S. (2010). Social marketing strategie : van experiment naar succes. Tilburg
Kerpen, D. (2011). Likeable social media. How to delight your customers, create an irresistible brand, and be generally amazing on Facebook (and other social networks)
Kirkpatrick, D. (2011). Het facebook effect. Amsterdam
Koeleman, H. (2011). Social media voor interne communicatie
Koeleman, H. (2012). Social media voor interne communicatie : twitteren op je werk. Deventer
Meerman S. (2012). De nieuwe regels van social media. Over klantcontact, blogs, sociale netwerken en viral marketing.
Palfrey, J. (2008). Born digital : understanding the first generation of digital natives. New York
Phillips, D. (2010). Online public relations : a practical guide to developing an online strategy in the world of social media. London, UK
Poynter, R. (2010). The handbook of online and social media research : tools and techniques for market researchers. Chichester, UK
Proulx, M. and Shepatin, S. (2012). Social tv. How marketers can reach and engage audiences by connecting television to the web, social media and mobile
Qualman, E. (2011). Socialnomics : how social media transforms the way we live and do business. Hoboken, NJ
Reece, M. (2010). Real-time marketing for business growth : how to use social media, measure marketing, and create a culture of execution. Upper Saddle River, NJ
Shih, C. (2011). The facebook era : tapping online social networks to market, sell, and innovate. Upper Saddle River, NJ
Singh, S. (20110> SocialMedia marketing voor dummies
Sterne, J. (2010). Social media metrics : how to measure and optimize your marketing investment. Hoboken, NJ
Vliet, G. van (2011). De netwerkbijbel : alle antwoorden over social media, communities en ouderwets netwerken : hoe ga je er goed mee om, hoe bouw je ze uit, wat heb je persoonlijk nodig. Arnhem
Wollan, R., Zhou, C. and Smith, N (2011). The social media management handbook. Everything you need to know to get social media working in your business